De grafiek op de homepage vergelijkt de evolutie van vier grootheden over de periode van eind 2000 tot eind 2025, telkens uitgedrukt in euro. Hieronder verantwoorden wij per grootheid de gebruikte bron en berekeningswijze, met inbegrip van de beperkingen die eraan verbonden zijn.
Spaarrekening — factor 1,26, samengesteld jaarrendement 0,92%. De reeks van de Nationale Bank van België en de Europese Centrale Bank van de gemiddelde rente op deposito's van huishoudens met opzegtermijn tot drie maanden (MIR, reekssleutel L23.D), aangevuld met de reeks voor alle opzegtermijnen (L23.A) voor de jaren 2003 tot en met 2006, waarin de eerste reeks geen volledige waarnemingen bevat. De jaargemiddelden zijn samengesteld vermenigvuldigd. Twee beperkingen verdienen vermelding. De waarnemingen van vóór 2003 dateren van vóór de invoering van de geharmoniseerde Europese rentestatistiek en berusten op nationale gegevens. En tot medio 2016 registreerde de statistiek uitsluitend de basisrente, zonder de getrouwheidspremie; wie zijn spaargeld lang genoeg liet staan om die premie te verwerven, ontving in die jaren meer dan de reeks aangeeft. De weergegeven factor is daarmee eerder een onderschatting dan een overschatting.
Wereldwijde geldhoeveelheid — factor 4,39, samengesteld jaarrendement 6,09%. De brede geldhoeveelheid — doorgaans M3, en waar dat niet beschikbaar is M2 — steeg van 26 biljoen naar 144 biljoen dollar, volgens de samenstelling van Voronoi over 169 landen en gebieden. Die reeks is uitgedrukt in dollar; wij hebben ze omgerekend naar euro tegen de hieronder vermelde referentiekoersen. Er bestaat geen officiële wereldwijde geldhoeveelheid: landen hanteren uiteenlopende definities, en andere samenstellingen komen op lagere bedragen uit. Dit is bovendien de omvang van de geldvoorraad en geen belegging; de grafiek toont hier een index, geen resultaat dat een belegger kon behalen. Dat onderscheid is aangegeven met een onderbroken omtreklijn.
Amerikaanse aandelen — factor 6,56, samengesteld jaarrendement 7,81%. De S&P 500 met herbelegde dividenden, op basis van de jaarlijkse totaalrendementen zoals gepubliceerd door Slickcharts. Dit is een bruto-index, vóór kosten, taksen en roerende voorheffing. Het rendement in dollar bedraagt een factor 8,28. De S&P 500 was over deze periode de sterkst presterende grote aandelenmarkt; een wereldindex of een Europese index levert een aanzienlijk lager cijfer op.
Goud — factor 12,70, samengesteld jaarrendement 10,70%. De LBMA Gold Price PM, van 272,65 dollar per ounce eind 2000 naar 4.368 dollar per ounce eind 2025, ofwel 3.722 euro per ounce volgens de World Gold Council. Dit is een prijsverandering: goud keert niets uit en brengt bewaarkosten mee, die hier niet in mindering zijn gebracht. Het resultaat hangt sterk op één jaar: in 2025 alleen steeg goud met 47,6% in euro. Zonder dat jaar bedroeg de factor 8,6 over 24 jaar.
Alle bedragen en factoren zijn nominaal en niet gecorrigeerd voor prijsontwikkeling. De omrekening naar euro gebeurde tegen de referentiekoersen van de Europese Centrale Bank: 0,9305 dollar per euro op 29 december 2000 en 1,1750 dollar per euro op 31 december 2025. Het gekozen begin- en eindpunt beïnvloedt de uitkomst van dergelijke vergelijkingen aanzienlijk: eind 2000 lag goud dicht bij een langjarig dieptepunt, terwijl aandelen twee zware verliesjaren voor de boeg hadden. Een andere periode levert andere verhoudingen op. De weergegeven reeksen betreffen historische gegevens. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.